‘Laat de tabaksindustrie zelf voor de veroorzaakte schade opdraaien’
De tabaksindustrie moet meebetalen aan de gezondheidsschade die sigaretten en vapes veroorzaken, stellen drie bestuurders van de Rookvrije Generatie. Zij pleiten voor een tabaksindustrieheffing.
De vervuiler betaalt. Een principe dat voor bepaalde sectoren al geldt, maar opmerkelijk genoeg juist níét voor de tabaksindustrie. Met jaarlijks ongeveer 20.000 sterfgevallen door roken, 672.000 chronisch zieken en 33 miljard euro per jaar aan maatschappelijke kosten zijn de gevolgen van nicotineverslaving enorm. Hier is maar één schuldige voor aan te wijzen: de tabaksindustrie.
Maar de samenleving draait volledig op voor deze kosten, terwijl de tabaksindustrie miljarden aan winst opstrijkt. Dat is onbegrijpelijk en onrechtvaardig: een industrie die verdient aan een giftig product dat kinderen verslaafd maakt, moet op zijn minst via een tabaksindustrieheffing meebetalen aan de preventie en bestrijding van die schade. Het CDA heeft hiervoor een initiatiefvoorstel ingediend. Hoog tijd om daarop door te pakken.
Plasticproducenten betalen ook mee aan zwerfafval
Die logica van ‘de vervuiler betaalt’ wordt al in meer sectoren gehanteerd. Zo betalen producenten van plastic producten mee aan het opruimen van plastic zwerfafval. En aanbieders van kansspelen betalen mee aan het verslavingspreventiefonds voor onderzoek en behandeling van gokverslaving. Het is niet meer dan logisch en eerlijk dat dit ook moet gelden voor de tabaksindustrie.
Canada heeft deze stap vorig jaar al genomen met een heffing voor tabaksproducenten. Hiermee bekostigt de Canadese overheid onderzoek, publieksvoorlichting, bestrijding van illegale handel, en hulpprogramma’s om mensen van hun rookverslaving af te krijgen. Uit draagvlakonderzoek blijkt dat bijna driekwart van Nederland voorstander is van een tabaks- industrieheffing.
"In de tabaksindustrie halen de vier grootste producenten samen een omzet van ruim 100 miljard. Met verslaving als businessmodel."
Met deze heffing heeft de overheid structurele financiering voor preventie- en handhavingsmaatregelen die nodig zijn om nicotineverslaving tegen te gaan. Op dit moment wordt hiervoor zo’n 20 miljoen euro uitgetrokken door de overheid. Met een tabaksindustrieheffing worden deze kosten niet meer afgewenteld op de belastingbetaler, maar juist gedragen door de industrie die de gezondheidsproblemen veroorzaakt.
De tabaksindustrie is een van de meest winstgevende industrieën ter wereld, waarbij de vier grootste tabaksproducenten samen een omzet draaien van meer dan 100 miljard. Verslaving is hun winstmodel. Met zulke winsten voor de industrie en kosten voor de maatschappij is het meer dan rechtvaardig om ze te laten opdraaien voor die 20 miljoen euro die de overheid uitgeeft aan preventie. Een fractie van hun winst. Dit is bovendien een bevestiging van hun schadelijke en kwalijke rol en hun winstmodel.
Rekening bij de tabaksindustrie
Het is al jaren overduidelijk dat Nederland wil dat in 2035 alle kinderen rookvrij opgroeien. Daarvoor zijn nu stevige maatregelen nodig om nicotineverslaving te voorkomen, mensen te ondersteunen met stoppen met roken en de miljarden euro’s aan maatschappelijke schade te beperken. Laten we stoppen als samenleving hiervoor op te draaien en de rekening neerleggen waar die hoort: bij de tabaksindustrie.
Dit is een opiniestuk van Károly Illy (voorzitter Rookvrije Generatie en directeur Longfonds), Hans Snijder (bestuurder Rookvrije Generatie en directeur Hartstichting) en Carla van Gils (bestuurder Rookvrije Generatie en directeur KWF), dat eerder verscheen in het Algemeen Dagblad.